Romans en literatuur8 december 2019

12

Het Bureau 1 – Meneer Beerta van J.J. Voskuil

Het is gebeurd, ik sloeg de laatste pagina van het eerste deel uit de reeks Het Bureau dicht. Het heeft even geduurd, maar dit heeft geenszins met het boek zelf te maken. Zoals jullie hier kunnen lezen werd ik door Jannie getipt op het werk van Voskuil. Als eerste las ik De buurman, waarna De moeder van Nicolien al snel volgde. Het viel me op dat Maarten Koning een zeer boeiend personage is. Prachtig in zijn nuchterheid, intrigerend door zijn visie op de wereld. En ja, ik moet toegeven dat ik moest glimlachen om zijn vasthoudendheid en driftige karakter.

Het bureau 1 - Voskuil

Maar toch, beginnen aan een reeks dat onder de streep meer dan 5000 pagina’s omvat is even slikken. Ik zag er een beetje tegenop.

Het verhaal speelt zich voornamelijk af binnen de muren van Het Bureau waar Maarten Koning, soms tot ongenoegen van zijn vrouw, zijn werk verricht. Hij maakt atlassen over allerlei onderwerpen voor de afdeling Volkscultuur. Ik heb tijdens het lezen meteen een beeld voor ogen dat ik in realiteit nooit heb mogen aanschouwen. Ik lees over typemachines, kaartenbakken en een heus knipselarchief. Met meneer Beerta, waar hij bij op de kamer mag zitten, wordt er van alles besproken. Hij leert van meneer Beerta de – politieke – kneepjes van het vak. Het verhaal kabbelt voort, het is haast net alsof ik zelf in het gebouw sta en getrakteerd wordt op een levendig 360 graden beeld. Ik proef de bureaucratie, de verveling en het muffige dat in de lucht hangt. Er gebeurt namelijk niet veel, ik zie vooral – net als Maarten trouwens – veel tijd verloren gaan aan nutteloze dingen.

Toch vind ik het prachtig om te lezen hoe medewerkers met elkaar en bovenal ook met de hiërarchie omgaan. Ik heb ruim 10 jaar in een kantooromgeving gewerkt en ondanks dat de typemachines en kaartenbakken verdwenen zijn en we onze eigen koffie moesten tappen, is er onder de streep niet veel veranderd. Het gekibbel om de kamerindeling, het geroddel over andere collega’s en hun prestaties en wat te denken van status en het krampachtig willen behouden en afschermen van eigen taken.

Het Bureau is niets zonder Maarten Koning

Voskuil weet dit alles met een subtiliteit te beschrijven waar ik alleen maar waardering voor kan uitspreken. Ik houd van Maarten en zijn nuchterheid, hoe hij koppig stand blijft houden om niet te promoveren omdat hij er niet achter staat. Of zijn irritatie richting juffrouwHaan niet onder stoelen of banken steekt. Hij is eerlijk, oprecht en licht ontvlambaar. Laat ik het snufje conservatisme niet vergeten, of zijn preutsheid. Het maakt hem menselijk terwijl hij tegelijkertijd ook de bindende factor is binnen de afdeling Volkscultuur.

De rol van juffrouw Haan zorgt voor een paar spetterende onderbrekingen van het kabbelende verhaal. Echt waar, wat heb ik moeten lachen om de uitbarstingen omdat ze zó herkenbaar zijn, hilarisch. Hieronder heb ik als voorbeeld de situatie met de nieuwjaarskaarten weergegeven. Dit was het stukje waar ik het hardst om heb moeten lachen (sorry, ik heb het helemaal overgenomen, ik vond het zonde om het in te korten):

‘Heb jij Koning toestemming gegeven om voor zichzelf nieuwjaarskaarten te versturen?’ vroeg juffrouw Haan woedend. Ze bleef in de deuropening staan. Beerta draaide zich om. Hij keek naar Maarten. ‘Heb jij nieuwjaarskaarten verstuurd?’
‘Ja’, zei Maarten, hij voelde een hevige woede in zich opkomen, ‘aan mensen bij wie ik dit jaar bandopnamen gemaakt heb.’
‘De nieuwjaarskaarten zijn voor de correspondenten!’ beet juffrouw Haan Beerta toe, alsof hij zelf geantwoord had.
‘Ik beschouw deze ook als correspondenten’, zei Maarten tegen Beerta, zijn woede met moeite bedwingend.
‘Ik begrijp niet wat je daar voor bezwaar tegen hebt,’ zei Beerta tegen juffrouw Haan, hij legde zijn bril naast zich. ‘Dat ik het misselijk vind! Als Koning kaarten verstuurd, dan mag ik ook kaarten versturen!’ ‘Natuurlijk mag je dat. Er is toch ook niemand die je dat verbiedt?’
‘Maar ik heb er geen tijd voor omdat ik met vakantie ga.’
‘Dan laat je het doen.’
‘Dat kan niet!’
‘Maar wees toch nu toch eens redelijk, De.’
‘Ik ben redelijk! Ik wil dat je het Koning verbiedt!’
Beerta haalde zijn schouders op en wendde zich af zonder antwoord te geven. ‘En als je weigert om dat te verbieden zal ik zelf mijn maatregelen wel nemen!’ Ze deed de deur met een klap dicht.
‘Wat Onze Lieve Heer heeft voor gehad toen hij de vrouw schiep, gaat mijn verstand te boven,’ verzuchtte Beerta.
‘Er zijn ook andere.’
‘Dat is dan maar gelukkig,’ antwoordde Beerta zonder veel overtuiging. ‘Als ik niet zo’n laag IQ had, zou ik van deze allang gek zijn geworden.’

En daar hield het nog niet mee op….

Slofstra kwam de kamer in. Hij sloot de deur en bleef bij het bureau van Maarten staan. ‘U hebt mij gevraagd om die nieuwjaarskaarten te vesturen, maar dat kan niet, want mevrouw Haan heeft me mijn enveloppen afgenomen.’ Hij keek Maarten onbewogen aan alsof het een alledaagse mededeling betrof.
‘Zijn er geen andere enveloppen?’ vroeg Maarten.
‘Ze zijn op! Nijhuis heeft verzuimd om nieuwe te bestellen.’
Maarten keek naar Beerta.
Beerta had zich omgedraaid om het gesprek te volgen. ‘Hebt u nog wel nieuwjaarskaarten?’ vroeg hij aan Slofstra.
‘Jawel meneer’.
‘Dan verbied ik u om die aan mevrouw Haan te geven!’
‘Jawel meneer.’ Hij verliet het vertrek.
Beerta stond op, nam het stapeltje kaarten van zijn eigen bureau en borg ze weg in een van de laden. ‘Voordat ze ze van mijn bureau haalt,’ zei hij strijdlustig.
Op dat ogenblik ging de deur opnieuw met kracht open. ‘Heb jij Slofstra verboden om mij nieuwjaarskaarten te geven?’ vroeg juffrouw Haan woedend.
Beerta richtte zich op. ‘Ja, dat heb ik hem verboden.’
‘Wil je dat dan alsjeblieft laten! Als je mij voor een dief houdt dan hoef je Sloftra dat nog niet te laten merken!’ Ze deed de deur met een kracht dicht.

Verfrissende blik in oude tijden

Maarten Koning heeft naast juffrouw Haan wel collega’s die op hem gesteld zijn waarmee zelfs ook in privé tijd wordt afgesproken. Zo komen Frans en Hendrik op de koffie. Op deze manier leren we Nicolien ook beter kennen. In de vorige boeken heb ik haar al beter leren kennen en ook binnen Het Bureau is haar personage opmerkelijk. Enerzijds baalt ze dat Maarten is gaan werken binnen Het Bureau (het geld moet toch ergens vandaan komen denk ik dan), geeft ze af op de congressen en bijeenkomsten die Maarten moet bezoeken. Anderzijds geniet ze van het contact met meneer Beerta, zijn vriend en de collega’s van Maarten.
Helaas wordt de gemoedelijke band tussen Maarten, Nicolien en Frans wat bemoeilijkt door de geestelijke gesteldheid van Frans. Het zijn die paragrafen (bijvoorbeeld de correspondentie tussen hen) waar ik het minste mee had. Ik zat niet op dezelfde golflengte met Frans.

Het Bureau geeft een verfrissende blik in oude tijden. Dat ondanks de vernieuwingen op materialistisch gebied er eigenlijk niet zo heel veel veranderd is. Op naar het tweede deel!

12 thoughts on “Het Bureau 1 – Meneer Beerta van J.J. Voskuil

  1. Wat een geweldige bespreking Sue! Ik heb er van genoten. Ik heb inmiddels deel 2 ook uit en de helft van Ik ben ik niet. Ik neem even een pauze voor ik aan deel drie begin. Maar een opluchting dat ik je niet iets aangeraden heb wat tegenvalt.

  2. Wat heerlijk dat je er ook zo van geniet! Er zijn wel saaie stukken bij, maar dat hoort helemaal bij het verhaal. ‘De buurman’ en ‘De moeder van Nicolien’ staan nog op mijn verlanglijstje. Komend jaar ga ik er in elk geval eentje van lezen!

    1. Saaie stukken horen er inderdaad wel bij, zeker bij dit soort dikke boeken. Tot nu toe vond ik De moeder van Nicolien het mooist, zo goed hoe hij de aftakeling weet te vangen in woorden.

  3. Ik kan ook het hoorspel hiervan enorm aanraden. De boeken kwam ik namelijk niet doorheen (paar keer een poging gedaan), maar toen ik eenmaal begon te luisteren naar het hoorspel (te downloaden als podcast) kon ik niet meer stoppen. Ook een hele kluif trouwens (iets van 350 afleveringen ofzo). Veel plezier in ieder geval met de volgende delen.

  4. Heerlijk om weer zo’n perfect stukje uit Het Bureau voorgeschoteld te krijgen. Het is alweer even geleden dat ik deze boeken gelezen heb maar ik denk er altijd met veel plezier aan terug. En vooral ook dat het zo knap is dat ondanks dat ze destijds met andere materialen werkten, het gedrag van de mensen op kantoor (waar ik ook werk) nog altijd hetzelfde is.

    1. Ja, dat vind ik ook zo bijzonder. Eigenlijk is er helemaal niets veranderd en dat maakt Het Bureau ook tijdloos. Stiekem zou ik wel eens willen kijken hoe het toen was, zonder computers en dat soort dingen. Al die brieven die geschreven en verstuurd moesten worden, wat een klus zou dat geweest zijn.

      1. De productie zal in die tijd een stuk lager hebben gelegen. Als ik nu zie wat Nicolien van de Sijs produceert, dat had in die tijd nooit gekund. Nu hoef je alleen van alles in de computer in te voeren en dan met slimme programma’s daar verbindingen tussen weten op te scharrelen.
        Ik denk wel dat het destijds gemoedelijker is geweest, minder stress. Maar misschien vergis ik me daarin wel.

  5. Ik las vorig jaar het laatste restje van het vierde deel, deel vijf, zes en zeven. Het jaar daarvoor las ik de eerste drie delen en het grootste gedeelte van deel vier. Ook luisterde ik op een bepaald ogenblik het hoorspel. Het duurde even eer ik het synchroon had, maar is van harte aan te bevelen. De bekakte manier van praten doen de personages nog beter tot leven komen. Nicolien met haar opvliegers en haar dwars gedrag, heerlijk! want wat kon zij een enorme zeur zijn! ik kon ook behoorlijk glimlachen over het geneuzel en gezeur op kantoor, beneden in de kantine met die bonnetjes, truttigheid ten top. Ik scoorde onlangs deel twee en drie van iets wat er iets op lijkt “Het bedrijf” van Hans Vervoort, mij onbekende tot het moment van scoren. Opwinding – deel 1 (mis ik dus nog) Betere tijden – deel 2 en Confrontatie – deel 3. Liefhebbers van kantoorperikelen kunnen dus nog even door als ze klaar zijn met Voskuil.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *